De 102.000 namen van de Nederlandse slachtoffers van de Holocaust worden voorgelezen in het kamp Westerbork. Het moment dat ik dit hoorde via de NOS, verstijfde ik. 102.000 namen? Het blijven van die grote getallen waar je telkens van schrikt.
Ik heb er geen seconde over getwijfeld: Ik moet daarheen. Het liefst was ik morgen gegaan, dan is het 70 jaar geleden dat kamp Auschwitz werd bevrijd. Helaas was dit niet mogelijk. Maar ik ben er geweest. Vandaag.
Op deze grijze dag ging ik weer terug naar het kamp . De route was weer precies hetzelfde als het vorige bezoek. De bus stond alweer klaar om naar kampterrein te gaan. Achter het monument van de steentjes stond een grote witte tent. Vanuit buiten zag ik binnen in de tent een oude meneer met 2 meisjes staan. Weer kreeg ik het verstijfde gevoel. De man sprak alleen namen en leeftijden uit. Het ging maar door. De namen galmde door mijn hoofd. Leeftijden zoals 5 maanden, 2 jaar en ga maar zo door dreunden nog harder naar binnen. Hele families werden opgenoemd en die zijn helemaal weggevaagd.
Na 10 minuten kwam er een andere voorlezer. Weer een hele rij aan namen. Je hoorde alleen de voorlezer. De rest van de mensen was stil en keek met lege blikken vooruit. Leegte is een begrip wat hier goed bij past. Je voelt je op dat moment echt helemaal leeg.
Het voorlezen van de namen van de lijst gaat door tot en met morgen. Dan zijn de 102.000 namen in 116 uur voorgelezen.






